Het uitgestrekte land van P telt slechts een enkele inheemse boomsoort: de Puercus litteris ornata, in de volksmond droogweg een peik genaamd. Zodra de lentebloesem verdwenen is, beginnen de PEIKELS – de vruchten van deze kanjer – zich haastig uit hun napjes te wringen. Daardoor ligt ’s zomers na elk verkwikkend onweder de bodem bezaaid met kakelverse PEIKELS. Als de Schatbewaarder van land van P niet bezig is met het onderhoud van de nationale webstek, weet hij zijn zomerdagen makkelijk te vullen met het vergaren van duizenden van die kleinoden in zijn grote, gouden kruiwagen. Hijgend en puffend, zwetend en vloekend, ploeterend en zeurend, fluitend en zingend brengt hij lading na lading naar de woordenkramerij.

In die eeuwenoude factorij worden de jonge PEIKELS verzameld in grote bakken. Er worden honderden liters water en enkele kilo’s gist bijgekieperd, de resulterende brij wordt keer op keer verhit en weer afgekoeld tot er – soms vele jaren later – nog slechts een naamloze drab overblijft. Die wordt langzaam droog geblazen tot er her en der embryonale schreven beginnen te verschijnen. Vervolgens wordt er chocolade, pulp van overrijpe bananen en elleboogjespap toegevoegd en stoken uitgelezen literatoren de nieuwe smurrie in kolossale kolven herhaaldelijk op tot ver voorbij het vriespunt. Telkens opnieuw geschiedt het wonder: Gevoed door engelengeduld – en natuurlijk door chocolade, pulp van overrijpe bananen en elleboogjespap – groeien de embryonale schreven aaneen tot letters en de letters tot woorden. Daarnaast ontstaan in de mengbakken betekenisvolle tekens zoals punten, komma’s, beletseltekens, enkele en dubbele aanhalingstekens, weglatingstekens of een of andere variant op de ampersand. De oude, grijze dames en heren literatoren wikken en wegen, tasten en proeven, schudden en beven, sidderen en knikken. Ze lachen wat af daar in hun knusse factorij, totdat ze overtuigd zijn dat het eeuwenoude procedé van de woordenkramerij met gunstig resultaat tonnen vol keurige woorden en andere symbolen heeft opgeleverd. Geen minuut later sturen ze een goeie, ouwe fax naar de Schatbewaarder. Geen uur later staat die daar, gewapend met zijn grote, gouden kruiwagen vol ongeduld. Neen, excuseer: Geen uur later staat die daar, vol ongeduld, gewapend met zijn grote, gouden kruiwagen. Zwijgend en suffend, vretend en boerend, foeterend en sleurend, snuivend en stinkend rolt hij ton na ton woorden en symbolen naar de zinnenspinnerij.

De woordenkramerij mag dan al wat gedateerd aandoen, de zinnenspinnerij is een hypermodern microbedrijf om met openvallende mond wabliefteru tegen te zeggen. Amper is een ton woorden of symbolen binnengerold of een blitse robot slaat er handig een kraantje in. Met een enkele snelle beweging van zijn – laat ons zeggen – vinger, tikt hij dat kraantje open zodat de woorden en symbolen in geen tijd door de peperdure spellingchecker vloeien. Omdat de woordenkramerij een kwaliteitshuis is dat degelijk materiaal aflevert, worden zo goed als alle elementen vervolgens ook in digitale vorm toevertrouwd aan de goede zorgen van een van de achtenveertig virtuele zinnenspinnewielen. Van de achtste generatie, alstublieft, Doornroosje kon er alleen maar van dromen. Elke twaalf milliseconden rijgt een zinnenspinnewiel een aantal woorden aan elkaar tot een welgevormde zin, zij het dat een ondeugend zinnenspinnetje er hier en daar ad random een snuifje fantasieolie of een plukje syntaxiskruid aan toevoegt. Tot slot volgt een interventie van een geëmuleerde versie van de SanctaFrasia. Een peperdure vierarmige robot is dat die beschikt over geavanceerde spraakherkenningssoftware. Zij doorloopt elke zin van voor naar achter, van boven naar beneden, van links naar rechts, van binnen naar buiten, van warm naar koud en van toeten naar blazen. En omgekeerd. Aan het eind van haar overwegingen maakt de SanctaFrasia op biotop papier een uitdraai van de gekeurde zin en heft ze een van haar machtige armen. Zo ploft ze een gekleurde stempel in de linkerbenedenhoek van elk blad. Die bepaalt waar de zin verder zal worden verwerkt en aan het daglicht, de eeuwigheid of geen van beide toevertrouwd: Blauw is voor de PROZA-bakkerij, groen gaat richting POËZIE-slijperij, appelblauwzeegroen moet naar de PRIKJES-tikker en – het kan verkeren – zwart is veroordeeld tot het vunzige hok van het PODIUMbeest. Wat er ook van zij, en wie het ook zei, geen zin gaat verloren: Verba volant, scripta manent. Er zijn nog zekerheden in het leven. En in land van P.

De Schatbewaarder heeft er verder trouwens geen werk aan. In het volautomatische magazijn van de zinnenspinnerij belanden de vier soorten zinnen namelijk keurig op afzonderlijke stapels. Per vijfhonderd worden ze verpakt en belanden zo in een van de vier klaarstaande, blauwe, groene, appelblauwgroene of zwarte wagons. Zodra zo’n wagon vol is en het sein op veilig springt, draait de poort van de zinnenspinnerij opent en bolt het karretje naar zijn bestemming.

Een reactie achterlaten