Bart E. G. Vinck is de enige, echte PRINS van land van P.

De PRINS,
incognito op zoek naar een ideale plek
om verse pennenvruchten te oogsten.

Wazig beeld van de enige vingerafdruk
die werd gevonden op de
Plegtiche Oorkunde der Stigtelikheitdes landen van P
des lands van P
der lande van P’s
van land van P (sic)
d.d. 3 juli 1964,
na grondig onderzoek toegewezen
aan Bart E. G. Vinck (° 3 juli 1964).
Lang geleden waren het moeder, vader, broer, zus en andere getalenteerde familieleden die Bart steeds weer zetjes gaven in de richting van creatief genieten. Ook op de kleuterschool, op de lagere school en bij de gepokte en gemazelde jezuïeten van het Xaveriuscollege in Borgerhout werden zijn nieuwsgierigheid en zin in het onbekende geprikkeld.
De universiteit opende voor Bart eerst de poorten van de rechtsfaculteit. Daar genoot hij van filosofie, formele logica, geschiedenis en een taalcursus Chinees maar twee jaar later bleken theoretische natuurkunde en financiële wiskunde beter aan te sluiten bij zijn interesses en zijn zoektocht naar het schone in de wereld. Het leverde een klein decennium in het bankwezen op en daarna haast twee decennia mooie momenten met studenten en collega-docenten in het hoger onderwijs.
Sinds enige tijd is een kwarteeuw verhalen verzinnen Barts prioritaire bezigheid. Als hij niet op zijn kamertje zit te fantaseren, vind je hem ook wel eens puffend en zwetend vlakbij een forse heuvel (meestal onderaan), zingend aan een bescheiden podium (doorgaans erbovenop), of lachend bij die ene of velen die hem lief zijn.
Ken jezelf, zeggen ze. Toen waren ‘ze’ de mensen, nu de Oude Grieken. Wisten die veel dat je ooit in minuscule doosjes massa’s weetjes over mensen, mensdom en mensheid zou kunnen rammen en voor altijd bewaren! Wat vertel je te midden van die wanhopen overbodigheid voor zinnigs over jezelf?
Wel …
Ooit was er een kereltje dat verwoede pogingen deed om zijn eigen land te stichten. De grondwet werd sierlijk genoteerd op antiek gekreukt papier. Legers plastic soldaatjes verdedigden het speelkamerlijke territorium tegen de snode aanvallen van de buurlanden. Lees: die van grote broer en kleine zus. Ter plekke werden innovatieve militaire strategieën ontwikkeld, reuzenstappen gezet in moderne cartografie, wetten geamendeerd en staatsgrepen georkestreerd. In handgeschreven krantjes werd alles gerapporteerd wat over het land en zijn bewoners te weten viel. Wat was dat kereltje gelukkig!
Het kereltje werd een tiener, die tiener werd verliefd en gooide kriskras woorden op papier. Uit die woorden groeiden zinnen, de zinnen werden gedichten en de gedichten hoogwaardig afval. Aan dat afval ontsproot een huwelijk waaruit vier kinderen verrezen. Er waren er twee die op dezelfde dag verjaarden, er was er eentje dat als aprilgrap ter wereld kwam en er was gelukkig ook nog een lief kleintje dat maar bleef groeien. Synchroon met dat huiselijk geluk verpopte de tiener tot een uiterst bescheiden theoretische fysicus. Die vond dat hij in de Sedes Sapientiae – zoals men een middeleeuwse universiteit noemt – te veel zitvlees begon te kweken. Op zoek naar echte koopkracht schakelde hij een versnellinkje hoger tot hij op een dag in een net apenpakje de Berg der Banken dacht te domineren. Quod non: Niemand haalt het van de hebzucht. De Berg der Banken bleek eerder een put en het zitvlees bleef maar aandikken.
“Kom ons onderwijzen, kom ons onderwijzen,” baden de Engelen van de Sedes Sapientiae daarop in koor. Dat gezang klonk zodanig hemels dat een grijzende, corpulente man in een versleten apenpakje gewillig gehoor gaf aan hun bede. Jarenlang vertelde het ex-bankiertje aan busladingen studenten verzonnen verhalen over financiële waarde, onverantwoorde risico’s en de geur van witte chocolade. Hij wroette zich een weg door gelederen die zelfs in de grondwet van het kereltje van weleer vergeten waren, hij schrapte rangen en creëerde er nieuwe, hij haalde rode strepen door waarheden en betonneerde dwaasheden in schrijfsels die geen mens begrijpen kon of wou. Op een dag klaarde de hemel op: Eindelijk begreep de grijzende, corpulente man dat het kereltje van weleer het allemaal niet meer begreep. Uit zijn mouw toverde hij een pijp, stapte slaapdronken op de rector magnificus af en overhandigde hem het gekrulde kleinood met de gevleugelde woorden: “Maarten, deze mag je houden.” Beiden werden er gelukkiger van: De grijzende, corpulente man en het kereltje.
Omdat hij nog te onervaren was om emeritus te kunnen worden genoemd, werd de ni-emeritus inderdaad opnieuw een kereltje. Hij ging weer aan het zingen en begon na een of andere TeamJacques-musical waarin hij de opperste slechterik vertolkte, samen met een getalenteerde krokodil uit die musical te schrijven aan een karrevracht kinderboekjes, het kind en de bot. Die bleef helaas ergens tussen reëel en virtueel zweven. Achteraan in een minuscuul doosje vond het kereltje daarna tussen het hoogwaardige afval een morbide tekst die tot zijn eigen verbazing uitgroeide tot een literaire thriller, De Oogsten. Een meesterwerk was het, dat dagelijks een dagje ouder werd in een of andere bureaulade en bedolven raakte onder lovende commentaren van vetbetaalde verwanten, vrienden, en vrienden van vrienden. Er was een lijvig maar fictief Rapport Bokkers Annex Dagboek, en een ander pseudo-autobiografisch geïnspireerd Fragmenten uit het Dagboek van een Onbenul die zowaar in musical-middens het licht zagen. Ook dubbel, een kortverhaal over en voor avontuurlijke tieners, en zonder anker, een vertelling waarin de draad volledig zoek is, hinkten in beperkte kring tot net voorbij de drukpers. Het echte succes bleef uit omdat het kereltje er niet de ballen voor had en omdat er veel te veel geluk te rapen viel op andere velden.
Nadat een poging om een eigen kunsttaal – het Stumpaaz – te lanceren voortijdig vastliep in het Suezkanaal, besloot de ni-emeritus het met Anja te proberen, een dame die hij twintig jaar eerder haar eerste tekstballonnetjes had geschonken. Gefrustreerd door het gezwoeg op meer dan vijfenzeventigduizend weldoordachte woorden, gaf hij het eindresultaat de veelzeggende titel Alle Dagen Anja. En alweer was het kereltje gelukkig.